Geen poorten en panna, maar winnen! Daar denkt Robin van Persie aan bij de duizenden uren die hij vroeger op straat voetbalde. ,,Wij speelden vier tegen vier om te winnen. Bij verlies kon je naar huis, want er stonden vijftien andere teams te wachten.’’
Op straat heerste een winnaarsmentaliteit. ,,Ik heb daar heel veel aan gehad’’, vertelt Van Persie. ,,De verliezer moest een blikje fris kopen voor de ander. Als je een paar keer achter elkaar won, dan was die ander uitgedroogd en al zijn zakgeld kwijt. Maar het mooie was dat je eigenlijk heel gericht werkte aan het verbeteren van je trap. Mijn linkerbeen is nu echt mijn sterkste punt en ook het rechterbeen is, dankzij het pleintje, redelijk ontwikkeld.’’